| Zapoteken en Mixteken |
|
|
|
De Zapoteken en Mixteken van OaxacaMonte Albán, op een heuvel 500 meter boven het dal gelegen, was als plaats voor agrarische nederzettingen ongeschikt. Als bestuurscentrum was de plaats echter uitermate geschikt. Na 425 v. Chr. werd de gehele heuvel en enkele aangrenzende verhogingen bebouwd; hierdoor liep het inwonersaantal langzaam op tot 17.000 in 225 v. Chr. De productie van goederen werd van hogerhand verdeeld over een klein aantal locaties, een arbeidsverdeling zoals die nu nog in Oaxaca bestaat. Men kan bijna spreken van een stadsmonopolie tegenover “vrij ondernemerschap”. De openbare gebouwen bouwde men rondom een groot plein, waarvan er nog twee behouden zijn; alle andere hebben plaats gemaakt voor bouwsels van latere tijd. De macht van de heersers uit Monte Alban manifesteerde zich ook in de grafkamers die in de plaats kwamen van eenvoudige sarcofagen. Deze werden onder de grond met grote stenen gebouwd, met een trapingang, vaak voorzien van een voorkamer, aan de binnenzijde met stuc besmeert, soms ook beschilderd en met een stenen plaat afgesloten. Hier begroef men de doden van de heersende klasse tezamen met talloze geschenken waaronder mooi gestileerde wierookbranders. Tijdens Monte Alban III-A (300-550 n.Chr.) werd het stadsgebied uitgebreid tot aan het dal van Oaxaca. In het algemeen hadden de gevels in Monte Alban een eigen karakter. Deze bouwvorm gaf het hoofdplein, dat nu en in de volgende periode radicaal werd herbouwd, een nieuw uiterlijk. Nog een verandering in deze tijd bestond uit de invoering van terracottamallen. Tot dusver meende men dat de vazen voor wierook veelal goden voorstellen; een bepaalde type stond bijvoorbeeld voor de regen-en-dondergod Cocijo; echter tegenwoordig meent men dat het in veel gevallen voorouderbeelden betreft die in de Zapoteekse religie een grotere rol speelden dan de zogeheten goden. Monte Alban bereikte tussen 550-800 n.Chr. zijn hoogtepunt. Het telde toen 25.000 inwoners. Rond 800-100 n. Chr. verloor Monte Alban zijn macht. Een bepaalde groep die zich van de anderen wilde afscheiden zou tot de ondergang hebben bijgedragen. De Mixteken organiseerden zich in talrijke kleine vorstendommen die elkaar onderling regelmatig bevochten. Vaak leefden Zapoteken en Mixteken op één plaats samen en trouwden de vorsten families van beiden groepen onderling. Onderzoekers hebben gelukkigerwijze enige graven van vorsten gevonden die niet geplunderd zijn (bijvoorbeeld graf 7 van Zaachila. Deze herbergen een grote hoeveelheid aan artistiek hoogwaardig materiaal uit de werkplaatsen van de Mixteken. Er valt gekleurde keramiek te noemen. De Mixteken waren meesters van het steenmozaïek. Nog een Mixteekse beroepsklasse aanvaardde de verre tocht naar het dal van Mexico, namelijk de goudsmeden, meesters in hun vakgebied. Mixteekse goudproducten behoren tot de fraaiste in hun soort en betoveren door de evenwichtige techniek, de fijnheid van uitvoering en de elegante vormen. Ze werden in geheel Meso-Amerika begeerd. De Zapoteken heroverden uiteindelijk het gebied van de Mixteken. Naar men zegt was Zaachila de politieke en Mitla - met zijn steen versierde paleizen - de religieuze hoofdstad; zeker is dat beide steden na 1519 onder het gezag van de Azteken stonden. Bron: De Azteken, kunstschatten uit het oude Mexico. © Culturales Mex - www.culturales.nl |