Home Cultuur Teotihuacan
Teotihuacan PDF Afdrukken E-mailadres

TEOTIHUACAN: `de stad waar men god wordt´.


I.  Tzacualli periode 50 – 15 n. Chr.

In deze periode zal Teotihuacan een enorme bouwplaats zijn geweest. Het systematische bouwplan voor de stad werd toen juist ontworpen en gerealiseerd, een stad die toen reeds tot 20 km2 was uitgegroeid en darmee bijna haar maximale oppervlakte had bereikt. Eerst wordt de noordelijke arm van het hoofdstratenkruis aangelegd, deze wordt `avenida de los muertos´ (Dodenweg) genoemd. De breedte bedroeg 50 tot 60 meter, de lengte van het centrum tot aan de piramide van de Maan 2,5 kilometer.

De grootste onderneming van die tijd was echter de bouw van de zogenoemde `Piramide van de Zon´ ten oosten van de Dodenweg, op een klein platform uit de Patlachique tijd. Met een hoogte van 65 meter, een oppervlakte van 225 m2 en een inhoud van circa 100.000 m3, ongeveer de helft van de piramide van Cheops, behoort ze tot de grootste piramides. Dit alles vereiste een strakke politieke organisatie en sterk leiderschap. Het andere gedeelte van de bevolking was betrokken bij landbouw en irrigatie voor de voedselvoorziening. En waren ook specialisten, die lavaglas tot bijlen en gereedschappen verwerkten. De zogenaamd Ciudadela was het religieuze en politiek centrum van Teotihuacán.

De keramiek was deels een verdere ontwikkeling van oude vormen en patronen en deels een vernieuwing zoals bijvoorbeeld de open vazen met rechte wanden en licht geronde bodem. De terracotta figuren waren afgevlakt, met een prognatische of op een vogel gelijkend gezicht en schuin geplaatste spleetogen.


II.  Micaotli periode 150 – 200 n. Chr.

Terracota figuren met horizontale spleetogen, een grote hoofdtooi, rok en capeachtige mantel waren toen kenmerkend. In de keramiek treedt een groot aantal nieuwe vormen op, onder andere de zogenaamde bloemenvazen, met een kleine ronde buik, lange hals en uitstaande lip (zie afbeelding), potten met een vlakke bodem en loodrechte wanden , evenals schalen deels met conische voeten uitgerust. Ingesneden patronen met fijne lippen en tweekleurige beschilderingen vormen de belangrijkste decoratiemethoden op het - vaak glanzend gepolijste - aardewerk . Een zeer dunwandig, oranjekleurig aardewerk in vele vormen, veelal plastische vormen maar ook van mensen en dieren.

Deze periode was ook de gouden periode voor de steensculpturen in Teotihuacan. Alle beelden maken een stijve en blokachtige indruk. Voor het dal van Mexico betekenden ze een vernieuwing. De bouwmeesters van Teotihuacan creëerden nu hun typerende stijl die 500 jaar lang door hun opvolgers werd nagebootst, `Talud en Tablero´ genaamd.


III.  Tlalmimilolpa periode 200 – 400 n. Chr.

Het lijkt erop dat de toenemende bevolkingsdichtheid leidde tot de bouw van de thans zo typische `wooncomplexen´ waarin circa honderd mensen leefden. Ieder gebouw schijnt een uniek versierd dak gehad te hebben. De buitenzijde van het dak waren met platte bekroningen van steen, stukwerk of keramiek versierd. Hier woonden met elkaar verwante families, geslachten of sibben, daarbij behoorde wellicht `volgelingen´: hulpkrachten en of leerlingen. De gemeenschap was tegelijkertijd een bedrijf waarin bewoners een gezamenlijk beroep uitoefenden.


IV.  Xolalpan periode 400 – 625 n. Chr.

In deze periode bereikte het artistieke en het raffinement een hoogtepunt dat lang onovertroffen bleef. De schilderkunst was het hoofdmedium. Deze werd gekenmerkt door een donker Teotihuacan Rood; een voorbeeld is het Paradijs van de regengod van Tepantitla.

De belangrijkste god uit Teotihuacan was Tlaloc, met watersymbolen en wordt in schilderingen afgebeeld. In deze fase werden ook met behulp van mallen kleivormen gebakken. Eerst werden alleen hoofd en ledenmaten van afbeeldingen nagemaakt. Maar spoedig - uiterlijk vanaf 300 n. Chr. - waren het complete figuren van rijk geklede mensen.  Een bijzonderheid vormen de ledenpoppen, dit waren figuren met beweegbare armen en benen.

Binnen een straal van 30 km rondom de stad naam de bevolking toe van ca. 18.000 inwoners rond 100 n. Chr. tot meer dan 65.000 rond 400 n. Chr.


V.  Metepec periode 675 – 725 n.Chr.

Dit is een periode waarin de kunst opnieuw bloeide en er nieuwe bouwactiviteiten plaatsvonden. In de achtste eeuw ging dit rijk ten onder, een rijk dat toen tot de grootste van de wereld behoorde. De Azteken waren 600 jaren later zo onder de indruk dat ze de plaats de naam gaven die tegenwoordig  nog wordt gebruikt: plaats waar men god wordt, Teotihuacan.


Samenvatting uit : Kunstschatten uit het oude Mexico, KB, 1987.

 © Culturales Mex - www.culturales.nl