| Azteken: tempel |
|
|
|
De Grote Tempel van de AztekenIn de nacht van 21 februari 1978 vonden arbeiders van het Mexicaanse elektriciteitsbedrijf in het hart van de stad een groot steenblok met een doorsnede van 3,25 m. In reliëf was een naakte vrouw zonder hoofd en met van de romp gescheiden ledenmaten afgebeeld. Zonder twijfel handelde het om Coyolxauhqui, de maangodin, die volgens de sage door haar broer Huitzilopochtli in een weergaloze strijd op de heuvel van Coatepec gedood werd. Deze ontdekking stond aan het begin van de opgraving van de Templo Mayor of Grote Tempel. Bijna vijf jaar van opgravingen brachten ca. 7.000 voorwerpen aan de oppervlakte. Deze voorwerpen kwamen uit offergraven en werden op drie verschillende plaatsen gevonden: in stenen kisten waarvan de buitenwanden en de bodem sporen van stuc vertoonden, in draagbare stenen reservoirs met een deksel van steen of direct in de massa van aarde en stenen die een bouwperiode toedekten. De voorwerpen en hun plaatsing spreken een taal. Zo kunnen dezelfde voorwerpen in sommige offergraven vooraan geplaatst zijn, terwijl ze bij andere meer naar achteren geplaatst zijn. Bij twee offergraven treft men een rangschikking van urnen aan: de eerste ligt aan de zijde van de hoofdgevel, tussen de beide slangenkopen die de tempels van Tlaloc en Huitzilopochtli symbolisch met elkaar verbinden; de tweede ligt in het achtergedeelte waar de beide gebouwen samenkomen. Deze twee offergraven bevatten voorwerpen die zeer op elkaar lijken en identiek zijn opgesteld. Er zijn beelden van ouderlingen in zittende houding die slechts met een maxtlatl of lendendoek zijn gekleed en een kapsel met twee knotten dragen. Men neemt aan dat ze Xuiuhtecuhtli voorstellen. Daarnaast zijn er afbeeldingen van de god Tlaloc, deels in tezontle (een vulkanisch gesteente) gebeeldhouwd, opgerolde slangen, slangenkoppen en –staarten van obsidiaan, stenen wierookvaten en natuurlijk de beeldschone weergave van schelpen. De aanwezigheid van Tlaloc en Huitzilopochtli in het dubbele heiligdom weerspiegelt binnen de ideologisch- religieuze kader niets anders dan de economische basis van de staat met zijn twee hoofdactoren: landbouw en oorlog. De gehele archeologische omgeving van de Templo Mayor – de offers, de beelden, de rituelen, enzovoort – weerspiegelt de economische, politieke en religieuze controle die de stad Tenochtitlán over haar eigen inwoners en andere bevolkingsgroepen uitoefende. Tlaloc was de god van de regen en het water, een belangrijke god voor volkeren als het Mexica wier economische basis, zoals ook die van geheel Tenochtitlán, door de landbouw werd gevormd. Op de tweede plaats komt Huitzilopochtli, de god van de zon en de oorlog, een god van de heerschappij over andere volkeren. Een heerschappij die belastingen eiste in de vorm van maïs, bonen, cacao, dekens, veren, kunstvoorwerpen en zeldzame materialen als huiden, stenen, kalk, enzovoort. In deze beide goden werd de economische basis van Tenochtitlán manifest. Uit: De Azteken, kunstschatten uit het Oude México. © Culturales Mex - www.culturales.nl |